BISL Business Information Management
Een applicatiebeheerder: wat doet die functie precies?
Een applicatiebeheerder zorgt dat applicaties technisch blijven werken: van beheer en onderhoud tot vernieuwing van software. Dit werk valt onder het beheerdomein applicatiemanagement, beschreven in het ASL-framework. Business informatiemanagement, het onderwerp van BiSL, richt zich juist op hoe een organisatie die applicaties gebruikt binnen haar bedrijfsprocessen.
Wat doet een applicatiebeheerder?
Applicatiebeheerder is een functie binnen applicatiemanagement, het beheerdomein dat verantwoordelijk is voor ontwerp, ontwikkeling, beheer en onderhoud van applicatiesoftware. Het BiSL-boek omschrijft applicatiemanagement als "Dienstverlening die gericht is op het beheer, onderhoud en vernieuwing van applicaties." Een applicatiebeheerder houdt zich dus bezig met de technische kant van software, niet met de bedrijfsmatige inzet ervan.
Wie zoekt op wat doet een applicatiebeheerder, komt dus al snel uit bij de afbakening tussen vraag en aanbod van IT. Applicatiemanagement hoort bij de aanbodkant: de IT-serviceorganisatie die applicaties levert, ontwerpt en onderhoudt. Business informatiemanagement, het domein van BiSL, zit aan de vraagkant en bepaalt namens de gebruikersorganisatie hoe die applicaties worden ingezet.
Een applicatiebeheerder werkt dus voor de leverancier van de software, of dat nu een interne IT-afdeling is of een externe partij. Voor het ontwerp van een wijziging geldt een duidelijke grens: "Het ontwerp, het beschrijven van de geautomatiseerde oplossing valt dus buiten het verantwoordelijkheidsdomein van business informatiemanagement." Die verantwoordelijkheid ligt bij applicatiemanagement, op basis van specificaties die BIM aanlevert.
Wat is het verschil tussen een applicatiebeheerder en een functioneel beheerder?
Een applicatiebeheerder lost technische problemen op, een functioneel beheerder (business informatiemanagement) helpt gebruikers met de werking van een systeem binnen hun werkproces. Het BiSL-boek maakt dit onderscheid scherp: meldingen als "De applicatie start niet op" en "Windows blijft hangen" horen niet thuis bij BIM maar bij applicatiemanagement en IT-infrastructuurmanagement.
Het boek geeft ook het spiegelbeeld van deze afbakening. Vragen als "Op welke manier kan ik deze verzekering het beste invoeren" of "Als ik die polis invoer krijg ik een verkeerd btw-percentage" gaan over de werking van het informatiesysteem binnen het bedrijfsproces. Dat zijn typische taken voor business informatiemanagement, niet voor een applicatiebeheerder. In de praktijk werken beide partijen vaak samen via één gezamenlijke helpdesk of servicedesk, zodat een melding automatisch bij de juiste persoon terechtkomt.
| Kenmerk | Applicatiebeheerder | Functioneel beheerder (BIM) |
|---|---|---|
| Beheerdomein | Applicatiemanagement (aanbodkant) | Business informatiemanagement (vraagkant) |
| Framework | ASL | BiSL |
| Focus | Techniek en werking van de applicatie | Gebruik van de applicatie binnen het bedrijfsproces |
| Voorbeeldmelding | "De applicatie start niet op" | "Op welke manier voer ik deze verzekering het beste in?" |
Waarom bestaan er aparte frameworks voor applicatiebeheer en business informatiemanagement?
Applicatiebeheer en business informatiemanagement kennen elk hun eigen framework omdat de focus verschilt. ASL is in de jaren negentig in Nederland ontwikkeld specifiek voor beheer en onderhoud van software, terwijl BiSL zich richt op de vraagkant: de regie op informatievoorziening namens de business. ITIL bestrijkt de bredere IT-dienstverlening.
Het boek legt dit verschil scherp uit: "ASL gaat specifiek over het beheer en onderhoud van software terwijl ITIL meer algemeen op (IT-)services gericht is." BiSL vult beide frameworks aan vanuit een andere invalshoek: niet vanuit de leverancier, maar vanuit de opdrachtgever. Zo ontstaat samen een compleet beeld van vraag en aanbod rond informatievoorziening.
Hoe werken applicatiebeheer en BiSL in de praktijk samen?
Applicatiebeheerders en BiSL-professionals werken voortdurend samen, ook al horen ze bij verschillende domeinen. Business informatiemanagement levert specificaties aan waarop applicatiemanagement wijzigingen bouwt. Andersom leveren IT-dienstverleners, waaronder applicatiemanagement, proactief input over technologische ontwikkelingen en de mogelijke impact daarvan op de informatievoorziening.
Dit sluit aan bij het proces Bepalen technologieontwikkelingen uit BiSL. Applicatiemanagement en IT-infrastructuurmanagement leveren hiervoor proactief input, zodat business informatiemanagement tijdig kan meedenken over de impact van nieuwe technologie op de informatievoorziening. Zo blijft de samenwerking tussen beide domeinen doorlopend, ook buiten concrete meldingen of wijzigingen om.
Is BiSL ook relevant als je zelf applicatiebeheerder bent?
Ja, ook als applicatiebeheerder heb je baat bij kennis van BiSL. Het framework laat zien waar jouw verantwoordelijkheid als IT-leverancier eindigt en die van business informatiemanagement begint. Dat voorkomt discussies over wie een melding oppakt en zorgt dat specificaties, wijzigingen en technologie-ontwikkelingen via de juiste weg worden afgestemd.
Voor organisaties die applicatiemanagement en business informatiemanagement scherp willen positioneren, biedt het boek BiSL – Een framework voor business informatiemanagement een compleet overzicht van processen, verantwoordelijkheden en de bijbehorende begrippenlijst. Dat maakt het ook waardevol voor wie primair vanuit applicatiebeheer werkt, maar de aansluiting met de business beter wil begrijpen.
Twee domeinen, één informatievoorziening
Een applicatiebeheerder bewaakt de techniek achter een applicatie, terwijl BiSL beschrijft hoe de business die applicatie regisseert. Beide domeinen zijn nodig voor een werkende informatievoorziening.
Veelgestelde vragen
Een applicatiebeheerder hoort bij de IT-aanbodkant, niet bij de business zelf. Applicatiemanagement is een IT-serviceorganisatie die applicaties ontwerpt, ontwikkelt, beheert en onderhoudt. Business informatiemanagement, het domein van BiSL, zit juist aan de vraagkant en vertegenwoordigt de gebruikersorganisatie richting deze IT-leveranciers.
ASL is het framework dat specifiek gaat over beheer en onderhoud van software, in de jaren negentig in Nederland ontwikkeld. Het beschrijft processen als wijzigingenbeheer, contractbeheer en configuratiebeheer, maar dan vanuit het perspectief van de IT-leverancier in plaats van de gebruikersorganisatie.
Business informatiemanagement voert namens de gebruikersorganisatie de regie over de volledige informatievoorziening, zowel geautomatiseerd als niet-geautomatiseerd. Het bepaalt hoe IT-middelen worden ingezet, ondersteunt eindgebruikers bij functionele vragen en stuurt IT-serviceorganisaties zoals applicatiemanagement aan. Dit staat beschreven als kernrol van BiSL binnen het geheel van vraag en aanbod.


